Energiesystemen en brandstof

Energiesystemen en brandstof: hoe je lichaam vermogen maakt

Inspanning is geen "een systeem aan". Je lichaam levert ATP via meerdere routes tegelijk. Wat verandert is de verdeling tussen die routes, afhankelijk van intensiteit, duur, trainingstoestand en brandstofvoorraad.

ATP als energievaluta

Omdat je soms direct maximale power nodig hebt (sprint) en soms lang en laag (duur), bestaan er meerdere routes met verschillende power en capaciteit.

ATP-PCr
0%
Anaerobe
0%
Aerobe
0%

De drie hoofd routes (parallel + continu)

ATP-PCr (alactisch)

Bron: fosfocreatine (PCr)

Dominant venster: 0-10(15) sec bij maximale inspanning

Begrenzing: PCr voorraad is klein en snel leeg

Anaerobe glycolyse

Substraat: koolhydraat

Dominant venster: 15 sec tot 2-3 min

Begrenzing: systeemstress (ionen/H+) en tolerantie

Aerobe oxidatie

Substraat: koolhydraat + vet

Dominant venster: minuten tot uren

Begrenzing: VO2 plafond bij hoge intensiteit en glycogeen bij lange duur

Continuum: alle routes dragen altijd iets bij. Met stijgende intensiteit schuift de dominantie richting routes met hogere ATP productie.

Aerobe oxidatie en substraten

De aerobe motor is je duurzame ATP fabriek. Je verbrandt altijd een mix van koolhydraat en vet. Naarmate intensiteit stijgt wordt koolhydraat relatief dominanter.

Koolhydraat
0%
Vet
0%

Glycogeen als limiter

Aerobe koolhydraatverbranding kan stevige intensiteit lang ondersteunen, maar bij lange duur wordt vaak glycogeen limiterend.

Vet als voorraad

Vetvoorraad raakt zelden op. Het is vooral bruikbaar bij lage tot matige intensiteit.

FatMax context

FatMax is een piek in vetoxidatie, geen vet-only zone. De mix verschuift, niet de aanwezigheid van vet.

Koppeling naar zones

Zone modellen zijn de praktische kaart: rond VT1 stabiel en zuinig, richting VT2/CP nemen drift en herstelkosten toe, en daarboven kom je in een domein zonder echte steady state.

Rond VT1

Overwegend aerobe dominantie. Stabieler, zuinig en geschikt voor veel volume.

Richting VT2/CP

Hogere ATP vraag, meer koolhydraat en glycolytische druk. Meer drift en hogere herstelkosten.

Boven VT2/CP

Geen echte steady state. Tijd op beperkte capaciteit met hoge systeemstress.

Samenvatting

  • Elke beweging betaal je met ATP; meerdere routes draaien altijd parallel.
  • Er zijn geen harde afkappunten, wel verschuiving van dominantie bij hogere intensiteit.
  • Lactaat is geen afval, maar een transportvorm van energie.
  • Zones helpen deze fysiologie praktisch te doseren in training.

Wil je dit vertalen naar jouw eigen zones en wattages? Bekijk welke test bij je doel past.

Bekijk aanbod